zaterdag, mei 31, 2014

Zuidelijke Staten


Om de vakantie in Costa Rica niet te saai te maken, ben ik de afgelopen 10 dagen naar USA afgereisd voor een roadtrip door de zuidelijke staten. Een plan dat al lang op mijn verlanglijstje stond en nu dus werkelijkheid is geworden. Vier staten heb ik aangedaan en ik zal ze hier per staat behandelen, beginnende met de minst leuke tot de meest gave staat.

Mississippi: Alhoewel ik hier zonder meer de meeste kilometers heb gemaakt was Mississippi een beetje saai. Eigenlijk had ik niet meer op het programma staan dan de Mississippi rivier te volgen, maar dit is wat naief gedacht, alsof er een weg langs de rivier loopt... Niet dus. Ik heb wel genoten van mooie landschappen met veel bossen, heuveltjes en velden. Toppunt was wellicht het Petrified forest en de Natchez trail voor toeristisch rijden. De hier en daar tegen gekomen settler's cabin werd uiteraard ook op de gevoelige plaat gezet. Uiteindelijk was het veel rijden en mooi kamperen.
 Op deze boomstronk van miljoenen jaren geleden mag ik wel zitten.
 Een rivier stroomt door moerascypressen.
Het huisje van een van de eerste Europese bewoners.

Tennessee: Deze staat heb ik eigenlijk  kort gezien. Mijn eerste aanraking in Mempis. Ik wilde namelijk langs Graceland van The King, Elvis Presley. Helaas zag het mij er teveel uit als een pretpark met dure parkeerplaatsen dat ik slechts langs reed. De grote roze cadillac en het vliegtuig aan me voorbij latend gaan. Ik reis door naar Nashville. Een stad van mijn dromen. De stad van de blues en country en rock. Elke bar op broadway heeft een live band en in de Honky tonk nuttig ik lunch terwijl een band lekkere deuntjes wegspeelt. Helaas besluit ik het Grand Ole Opry niet te bezoeken. Hier had ik later wel spijt van, want deze church of gospel is waar het allemaal om ging voor veel van de zangers, waaronder de grote Hank Williams, waar ik later nog op terug kom. Een paar impressies van Nashville:

Georgia: Het vliegtuig landde in Atlanta, wat bij mijn weten de hoofdstad van Georgia is. Het zag er van ver niet uitnodigend genoeg uit om te bezoeken. Twee uur van deze inmense stad beginnen de Apalachen gebergte, een fantastisch wandelgebied: wilde bergen, bossen, regen en de dreiging van ronddolende beren. Na een nacht in de kou in mijn tent besluit ik de volgende dag toch maar een hostel te checken. Een ouder echtpaar op de camping vertelde me er al van. En op mijn terugkeer van de Blood Mountain kom ik Phil tegen, die me belooft op de top het hostel te informeren over mijn komst (ik heb immers geen telefoon). Het geluk is bij mij, want als ik arriveer in de blokhut blijkt Phil de laatste bunk bed te hebben gereserveerd voor me. Ik zit 'opgescheept' met een gezellige familie uit Florida, die enorm snurken kunnen.
 Panorama op de Bloedberg
 Ik volg de Slaughter Creek Trail, welke door Slaughter Gap gaat, waar ooit Indianenstammen een grote veldslag hadden.

Alabama: Ol' Alabama is een heerlijke staat. De mensen zijn koel en er is veel meer te zien dan ik ooit had gedacht. Er is hier zoveel zwart-amerikaanse geschiedenis. Ik verblijf een dag in Montgommery de hoofdstad, welke bol staat van cultuur. Allereerst is er mijn country-held Hank Williams, die hier zijn korte carreere begon. Hij is daar dan nog met zijn zwarte leraar en substitutie-vader Rufus "Tee-tot" Payne. De man in het museum kan me mooie verhalen vertellen over de twee mannen (hoewel Hank dan nog maar 15 of 16 is, maar wel met eigen radio-programma). Het graf van Hank is enorm, de laatste rustplaats van de oude Rufus is niet te vinden in de chaos van een begraafplaats achteraf voor de donker gekleurde bewoners.
 Een stukje van het enorme grafmonument van Hank, die de grootste begravenis had in Montgomery
Een van de graven op de begraafplaats waar Rufus zou liggen. Zonder geboortedata...


Montgommery is ook de stad waar Luther King zijn kerk had en waar Rosa Parks besluit in de bus te zitten. Deze musea sla ik echter over. Het verbaast me positief wat ze allemaal wel niet hebben. Daarnaast blijkt namelijk ook de woonplaats van Scott en Zelda Fritzgerald hier te zijn en een klein museum met een bevlogen Engels professor geeft een weergave van hun turbulente leven. Nooit zijn ze gaan settlen! Dit alles was echter niet heel foto-waardig. Ik reis verder naar een fort dat aan de oevers van de weide rivieren ligt. Een stuk geschiedenis van Fransen en Indianen, die vrienden blijken te zijn. Van Amerikanen die iedereen eruit schoppen en het land open voor Amerikanen verklaren (wat dan het vredesvedrag is). Een frans fort, amerikaans fort en indianenkamp is herbouwd en geeft een indicatie van een idiote geschiedenis. Uiteindelijk rijd ik dan ook nog langs een nieuw ontwikkeld dorp gebaseerd op sociale waarden en typisch amerikaans netjes en geordend. Het was als de beroemde scene uit "Big Fish". Een heel aparte plaats en zelfs de plaatselijke zwarte eigenaar van de convenience store was er blij mee en was positief gestemd over de influx van nieuwe bewoners (familietjes). Alabama was heerlijk!
Een straat in de droomstad The Waters van elke Amerikaan.

Een bezoek aan het museum waar Hank Williams woonde als kind en Rufus ontmoette is wat tegenvallend, maar wel een leuke veranda. Hier kan ik ook wel gitaarlessen nemen! Het stadje had verder weinig te bieden. Een typisch dorpje met een spoorweg door het centrum, waar de huizen breed zijn opgezet.
 

Louisiana: Ofterwijl de stad New Orleans. Fantastische stad met muziek, feest, gedruis, cultuur. Wat kan ik nog meer zeggen. De stad moet je ervaren en ik kan het niet beter voor je maken. Als je houd van Jazz, country, live muziek, leven op straat, vrouwen, drank, zwarte mensen en idiote hippies, alles kan en alles mag hier, politieagenten op motors worden omhelsd door zwarte vrouwen met dikke konten, magere veertigers lopen met hun dronken man rond en drinken een kamikazee cocktail op straat, niks is hier te gek en iedereen maakt er een vrolijke boel van! Enkele korte beeldjes:
 Voor een vrolijke muziekband met trompetten en drums. Mooi en zonnig.
 In de rij voor een heerlijk restaurant in een sfeervolle straat van New Orleans
Lekker eten met Sam, alweer een Koreaan die ik ontmoet in het hostel

Op zoek naar het huis van de beroemde Buddy Bolden kom ik in de achterbuurten wat ook de moeite waard is!

zondag, mei 18, 2014

Amazon CR

Een hele korte update van het afgelopen weekend. Ik ken hier duizend foto's van apen neerzetten, maar dat is niet de bedoeling. Vandaar maar eentje! We waren afgereisd naar een tip van viavia een stukje buiten het park van Tortuguera, waar schildpadden aan land komen om te nestelen. Wij gaan naar de Laguna van Madre de Dios.
Na vele bussen komen we dan eindelijk aan in Bataan. Hier vandaan worden we door Alfredo de taxiste opgehaald richting de boot, die ons over het kanaal richting het estuarium brengt. Onderweg zien we vele dieren, van schaildpadjes tot hagedissen: de Jezus Christus hagedis, die we helaas niet over het water hebben zien lopen volgt in de sectie dieren later in deze blog. We ariveren eindelijk op de plaats van bestemming midden in het oerwoud zo lijkt het wel!
Het grote doel van de reis is schildpadden zien, maar die komen pas in de late avond om de hoek kijken en dus doen we een rustige lunch van vis, een kano tochtje over het meer en weer lekker avondeten. Alles op zijn gemakje.
In de late avond wandelen we voor drie uren langs het strand met een stel Bio-studenten op zoek naar de heilige graal, wel te verstaan de schildpadden. Maar helaas! Wij mogen geen geluk hebben. De voglende dag neemt onze gastheer op wat rondwandelingen en tourtjes met de boot, maar dit levert uiteraard niet de schildpad op. De gastheer laat wel een foto van eentje zien: ze blijken werkelijk enorm te zijn. Helaas. Wel mooie Vietnam-film achtige omgevingen gezien!


En dan hebben we dus nog de sectie dieren, zoek ze maar uit:

maandag, mei 05, 2014

Panama


Terwijl in Nederland de koningsdag lost barste, Groes Rock door bepaalde individuen wordt genoten en binnenkort bevrijdingsdag in Wageningen wordt weggedronken, zijn wij weer eens op vakantie gegaan. Doel is de bananenrepubliek Panama.
De eerste dag reizen we met vele bussen af naar Bocas de Toro. Dit dient een tropisch paradijs te zijn. We vertrekken heel vroeg in de ochtend, wanneer de zon net op komt en arriveren rond een uurtje of vijf met de boot op het eiland. Na veel bussen en een bijzondere grensovergang.

De grensovergang bestond immers uit een oude vermolmde spoorbrug waar je overheen moest lopen en eigenlijk overal tussen de bielzen door kan kijken. De vier verschillende kantoortjes om het een of andere te registreren waren in een wirwar van zoekplaatjes verstopt op de wegen rondom de overgang. Al met al werden alle kantoren gevonden. Er waren nog meer toeristen, waarvan er eentje voor schatterend lachen zorgde, toen de officials de foto bekeken van zijn paspoort, waarop hij blijkbaar zonder haar op stond (nu had hij een enorme bos witte haren). Zijn verontschuldigende gemompel in gebroken spaans/engels maakte het niet beter. Samen met een groep hebben we dan het laatste stuk naar de veerboot volbracht met een taxi. Hier kwamen we Julia en Sebastian tegen. Super leuk koppel, welke een klein beetje een spiegel van Lena en mij bleek te zijn.
 Bocas hebben we dan ook met zijn vieren ontdekt. De eerste dagen was het voornamelijk relaxen en koffie en alles. Het dorpje is erg toeristisch en geeft een variatie aan restaurants, winkels en barretjes. In de late middag vertrekken we toch nog naar het zeesterren-strand. We lopen op een onderhand stil aan het worden strand, zien zeesterren, Lena en ik drinken een Pinacolado en we zien een dolfijn langs zwemmen. In de vallende duisternis brengt de bus ons weer terug naar toeristendorp Bocas, waar we voor het eerst sinds tijden weer genoeg alcohol nuttigen om de volgende dag toch een beetje zwaar in het hoofd te voelen.

De dag erop laten we Julia en Sebastian hun eigen ding doen en gaan we naar het verlaten strand van Red Frog op een naast gelegen eiland. Dit is vet mooi en super relaxed. Natuurlijk verbranden we weer. Op onze wandeling naar het stadje zien we de befaamde red frog en slipperen over de modder. We komen uiteindelijk langs nog een ander verlaten bountystrand en arriveren uiteindelijk via achterweggetjes in het rasta-stadje. Hier is alles heel anders. Geen auto, geen normale wegen, geen toeristen en veel caribische invloed. Bijzonder dorp en eigenlijk leuker dan Bocas. Wel met veel minder mogelijkheden voor de toerist natuurlijk. Er volgt weer een gezellige avond nu Julia en sebastian in hetzelfde hostel zitten.


 De volgende dag gaan we gezamelijk een boot-tour doen. Deze gaat eerst langs de luiaarden en dolfijnen van Bocas, dan naar een onbewoond eiland om enkele uren te relaxen en uiteindelijk een korte stop om te snorkelen langs het koraal. Vooral de laatste twee bezigheden waren super de super! Snorkelen blijft een van mijn meest favo dingen.


Helaas komt de dag van afscheid en het is niet eenvoudig Bocas achter te laten. De eerste dag gaan we naar David, waar we in een relaxe hostel terecht komen. De dag erop reizen we door naar El Valle. Dit ligt in de bergen. We doen inkopen op de befaamde artisian markt (niet heel bijzonder in vergelijking met Masaya, maar wel heel leuke dingen) en spenderen een avond in een van de beste restaurants sinds tijden: een italiaan in een afgelegen zijstraatje. We hebben de laatste tafel die niet is gereserveerd. Vooral het voorgerecht en het toetje zijn heerlijk, de pizaa is ook goed.

De dag erna is het dan tijd voor de warme bronnen. Eerst lekker insmeren met modder en dan badderen. We hebben geluk, want net als wij "aan de beurt" zijn, vertrekt de bus met amerikaanse toeristen. Het is een bijzondere plek en we voelen ons heerlijk schoon, alhoewel onze badkleding behoorlijk verkleurt is sindsdien...



Een tocht naar de vierkante bomen mislukt in de late middag, omdat "ze" gesloten zijn. De volgende ochtend staat dat dus op nummer één om te doen. Er staan er een paar, maar vooral de grotere bomen (die overigens niet meer vierkant zijn) zijn mooi. De middag lopen we naar een waterval, waar ook een zwembad is. Het lijkt hier een beetje op Ojo de agua in Ometepe, maar dan met koud water en geen mensen. Het is maar wat je wil.
 

Panama stad staat in het teken van een hotel in een dodgy buurt, maar met een fantastisch uitzicht op de stad en een zwembad erbij. Het hotel is zo goed als leeg en dus hebben we alles voor ons zelf: het zwembad, het uitzicht, de service, een schone kamer etc. We lopen wat rond in de oude stad en zien het verschil tussen oud en nieuw enorm afsteken. Aan de ene kant is er dus de oude stad, welke half is ingestort, behalve het huis van de preseident, en aan de andere kant zijn er de wolkenkrabbers van de nieuwe stad. Ook arm en rijk steekt hier lelijk tegen elkaar af.


We maken een dag een trip met de trein langs het kanaal, waarbij we uitkomen in Colon, een criminele stad, waarbij onze bus naar de Gatun sluizen 400 m buiten het station tegen een taxi knalt en wij aangestaart worden als we zonder bescherming terug naar het busstation hobbelen. Geen lekker gevoel en dus maar meteen in de airco bus terug naar Panama stad. Interesant feitje is dat ze in de bus de hororfilm "Nobody stays alive". De rest van de dag spenderen we in het winkelcentrum.


1 mei is een feestdag. We bezoeken de ruines van het echt oude Panama, welke door Piraat Morgan is geplunderd en afgebrand. Die zijn erg mooi. In de avond werken we ons door feestende partij genoten van de presidentskandidaat (zondag zijn verkiezingen) om weer te meeten met Julia en Sebastian. Erg leuk om elkaar zo weer tegen te komen.



Met zijn vieren bezoeken we de volgende dag de sluizen van Miraflores. We zijn net op tijd om de laatste boot te zien doorkomen. Verder zijn de sluizen niet heel veel meer bijzonder dan onze eigen haven van Rotterdam. Ook deze middag spenderen we weer in het winkelcentrum... En dan is het opeens tijd om de bus terug naar Sarapiqui te pakken. Zo'n 14 uur bussen naar San Jose en dan nog eens drie vanuit San Jose...

zondag, april 13, 2014

Klein paradijs

We zijn weer eens verhuisd. Uit Heredia met al diens verkeers-aders die vollopen en slechte afwatering-systemen en ietwat norse stadsmensen. Wij zijn verhuisd naar El Roble Sarapiquí, een klein beetje in de tropen. De dagen zijn hier traag en zonder veel poespas. Ik lees hier veel, maak me weinig druk, schrijf meer sollicitatiebrieven en ben zowaar begonnen met die novelle die ooit uit zou moeten komen. Een beetje zelfspot is bij al deze activiteiten uiteraard van groot belang.
Het hotel waar we zitten is relatief nieuw en geeft meer het gevoel van een familie verblijf dan een vakantie verblijf. Ik heb een simpele website voor ze gebouwd en dien nog eens een flyer voor ze in elkaar te zetten ook. De website is: www.tirimbinacabinas.wix.com/hotel voor de geïnteresseerden.

 Het hotel vanaf de rivier


De rivier zelf. Lekker om in te dobberen en af te koelen

De omgeving verkennen we langzaam. Zo maken we wel eens wandelingen naar de peperboeren van Lena, die voor haar afstuderen deze mensen moet interviewen. Ook zijn we op een goede dag naar een man met vogels gegaan. Bleek speciaal te zijn, maar vooral de honden rondom het huis die alarmeerde waren indrukwekkend. De vogels waren voornamelijk gansen, eenden en kwartels. We hebben nog wel een dozijn kwarteleitjes van hem gekocht. De wandeltocht erheen was ook een heel avontuur, want door onze Yoga-uni-senior-die-wel-heel-goed-kan-wandelen-volgens-haarzelf duurde het erg lang voordat we aankwamen. De snelheid van deze erg aparte (zelfingenomen) vrouw was verbluffend. Ze kon dit tempo vast uren vol houden. Lena en ik liepen in het donker terug en de anderen bestelden we een lift. In het donker schoof een slang voorbij en de toon van de nachtelijke omgeving was gezet.
 Tijdens onze wandeling naar de vogelman met de honden
De peperstruiken van Lena

In het hotel was even later groot feest: Caleb een vier-jarige knulletje van de familie was jarig. Grote taart, vriendjes en vriendinnetje, meer mensen om bekende mee te worden en natuurlijk de pinata. De pinata is de pop vol met snoep die kapot dient te worden geslagen. Caleb leek zijn vrouwelijke trekken hoogtij willen laten vieren en sloeg wat schattig tegen de pop. Zijn vriendjes moesten het echte werk voltrekken en voor je het wist moesten we allemaal ten gronde gaan om zo veel mogelijk snoepjes op te rapen!
Caleb trots als een pauw op de Spiderman pinata
Daar gaan de snoepjes!

Ook bezoeken we een dag Puerto Viejo, waar je de rivier op kan en mooie tochten kan maken door de jungle via het water en later gaan we ook naar La Vrigen, waar werkelijk niet heel veel te zien is en het dorp zo ongelooflijk langgerekt is dat je mooi van het wandelen wordt. Wel hebben we hier een heerlijke pizza met Krefelder genoten!



Smikkelen van de pizza in El Tronko te La Vrigen!

De dagen ernaar begon het voor drie dagen achtereen te regenen of gieten of druppelen of met bakken uit de hemel te vallen. In ieder geval denk ik dat er een behoorlijk aantal mm's uit de lucht kwam zetten, wat in NL een watersnoodramp betekend, maar hier weinig spannends te weeg brengt. De brulapen brullen dagen achtereen, een teken dat de regen de lucht nog niet uit is. Gelukkig stopt het met regenen als we op zaterdag met Julio zijn bos verkennen. Dit is een jungle tocht waarvoor je in andere plekken 40 dollar per persoon zou moeten rekenen. Hier is het anders. We genieten van de vele vruchten in het bus. Bessen, boonachtige pitten, palmito, versgepersde cana en zo niet meer.
We blijven lekker bezig en morgen breng hier nog een vervolg aan in relatie tot ons bezoek aan de arts markt in San Carlos.
 Vruchten, die wij in Holland niet hebben...
 Julio heeft grote bomen in zijn achtertuin!
En Julio heeft een rivier en goede manieren voor de dames welke die oversteken :).
De cana wordt geperst!