
Ik had je al verteld dat ik je ook zou verhalen vanuit het veld. Mijn huidige betrekking als hydrogeoloog (of was het meer een geohydroloog?) doet me redelijk veel afreizen naar bestemmingen waar het water echt de aquifer uit wordt gepompt; op locatie dus. Zij moeten immers worden beschreven, verklaart en getest. Momenteel ben ik gestationeerd in de Pilbara, ongeveer in het midden van WA. Deze locatiebeschrijving is redelijk veilig, sinds het midden van WA zo ongeveer kan worden bezien als geheel WA minus kust en specifieke streken. Grote delen van dit “midden” zijn gunstig voor het mijnen van velerlei grondstoffen. In de Pilbara is het voornamelijk ijzer.
De uitbereiding van meer ijzermijnen naar onherbergzame streken (een parkiet kwettert vrolijk in het rond en vliegt snel weer door,terwijl een van de tientallen vliegen op mijn gezicht zich onder mijn zonnebril en in mijn oog manouvreert, vervolgens paniekerig in deze kleine ruimte tussen zonnebrilglas en oog heen en weer zoemt en uiteindelijk een uitweg vindt); deze uitbereiding dus, dei gaat gepaard met de bouw van een spoorlijn voor het vervoer van de ijzererts richting zee-haven, richting China. De bouw van deze spoorlijn en de productie van de ijzererts vergt vele kubieke meters aan water. Water om het stof tegen te gaan en een klein beetje voor de mijners zelf. Stof is hier namelijk nummer 1 voorkomen; overal is er stof al ser een roadtrain langs raast, een gewone LV (Light Vehicle, meestal de landcruisers) langs rijdt of je zelf te voet wat rondstruint. Water trucks rijden af en aan om de wegen vochtig te houden.
Laat me je een korte beschrijving geven van mijn bezigheden. Sinds water zich onder de grond bevindt boren we allereerst een gat. Deze wordt gelogged, geologisch beschreven. Voor dit project inzake de spoorlijn van bestaande mijn site Cloudbreak naar toekomstige mijn site Cloudbreak is deze fase al afgerond. Er was dus geen hulp van mijn veronderstelde geologische kennis nodig. De volgende fase behelst het laten zakken van een pomp in het boorgat. Om de aquifer te testen wordt er voor 48 uren water uit gepompt en gemonitoort om te kijken hoe de aquifer reageert (groundwater stand). Bij deze fase werd wel een beroep op mijn vakkundigheid gedaan. Buiten het gezanik, gezeul en geploeter om de pomp in het boorgat te krijgen is het monitoren van de grondwaterstand een simpele klus. Delaatste 30 uren vergen slechts een meting per vier uur! Weliswaar gaat dit dus ook ‘s nachts door. 


Het is ook verstandig om in de gaten te houden waar het water heen gaat, gelieve niet op de doorgaande weg. Met een pomp snelheid van minstens 10 L per seconde kan dit een serieus problem veroorzaken. Ook het zoutgehalte moet worden gecontroleerd: het water kan behoorlijk zout zijn (zouter dan zeewater!) en dit veroorzaakt vervuiling. Verder zijn er nog de logistieke problemen, zoals verkeerde generatoren, weigerende generatoren, vervelende generatoren etc. Deze logistieke problemen resulteerde uiteindelijk in zes a zeven dagen productief werken (pump testing) van de twaalf dagen stint… en een bezoek aan weer zo’n enerverende woestijnstad: Newman. Dit is zo’n beetje waar het leven als hydrogeoloog om draait.




