We vergeten
ditmaal even de wandeling met Ephraim en Marcos rondom Bad Munstereifel,
alsmede het bezoek aan de organische boerderij bij Duüsseldorf met Maike, Anna
et al. van ZEF en ook de eenzame wandeling door het Siebengebergte. Want deze
blog is geheel en alleen in het teken van onze wandeling en Lena’s berg. Of
mijn aanzoek en de Schildenstein.
Afgelopen zaterdag, we schrijven 12 September 2015, zouden we gaan wandelen in
de Alpen. Na wat gezoek kozen we de Blaubergen aan de Oostenrijkse grens uit.
De ochtend was erg langzaam en we kwamen daardoor ook nog eens in een lange
file terecht. Een file van tenminste een uur. Veel later dan verwacht komen we
dus aan op de startplek van de tocht, of wat we dachten dat de parkeerplaats
was waar we zouden starten. Na een vijf- of tiental minuten komen we er achter
dat we niet de juiste parkeerplek hebben en dus keren we in onze voetsporen
terug. We rijden een stukje verder en parkeren wederom. Ditmaal op een grotere
parkeerplaats waar we drie euro voor neertellen. Vol hernieuwde moed beginnen
we de wandeling. Deze voert eerst langs drukke paden van een veldbad en een
drukbezochte almhut. Het is dan ook supermooi weer!
Nadat we
eindelijk de hut achterlaten (met wat chocolade en een fles spezi) beginnen we
de echte wandeling en begint het rustiger te worden. We volgen een diepe kloof waar een riviertje in loopt. Deze volgen we, terwijl we af en toe bijna natte voeten krijgen daar we over rosten de rivier meerdere malen oversteken moeten. De bergen doemen steeds dichter en stijler
op voor ons. En het komt er dan ook van dat we de vallei verlaten moeten en
direct stijl omhoog klimmen moeten. Het wandelpad verandert langzaam in een
klimroute en met de komst van een metalen kabel voelen we ons echt alpeniers.
Het gaat allemaal nog net voor mij met eerstegraads hoogtevrees... Het pad loopt door mooie bossen stijl omhoog. Lena
heeft het hier juist weer wat moeilijker, want die houd niet zo van stijl wandelen. Tot haar
vreugde komen we echter nog meer klimroutes tegen, waarbij de ijzeren kabel de
weg markeert en hard nodig is. Zoals gezegd, doet mij dit bibberen en sidderen, daar mijn
hoogtevrees de laatste jaren in de Lage Landen veel vruchtbare bodem had tot
groeien en bloeien. Met veel moeite en angst en trillen komen we er door heen,
zowel de stijle wandelpaden door de hellingbossen als de klimroutes langs de
rotsen en grindhellingen.
We overleven het en komen aan op de kam, welke de
grens vormt met Oostenrijk. We besluiten maar niet langs de berghut te gaan
voor wat fris, maar direct de weg via de Schildenstein terug te volgen. Met wat
op en neer gaand volgen we de kam en komen spoedig aan bij het pad de berg op.
Nog een klein stukje naar de top. Tien minuten staat op het bord, dan halen we
het precies om 5 uur, wat we als laatste tijdstip voor de bergtop hadden
besloten. Lena zet zich trots ervoor om de berg op te lopen en samen komen we
dan eindelijk tijdig op de 1612 meter hoge top met een prachtig uitzicht,
strakblauwe lucht en lekker windje. Het iser heerlijk. We ploffen op de grond
en drinken wat. Er zijn nog twee paartjes op de berg en rustig zien we die
vertrekken, terwijl direct een groepje jonge bergklimmers ervoor in de plaats
komt.
Na een kwartier zijn we voldoende uitgerust en besluiten we langzaam de
terugweg te aanvaarden. Dat was mijn moment en moest ik Lena toch de vraag
stellen die ik altijd op een berg, op de top van de aarde, wilde stellen. En ze
zei direct JA! Nog even kijken we elkaar vragend aan, maar dan is het
duidelijk. Het is serieus, voor het eggie. Ik haal dan maar de ring
tevoorschijn en de fles bubbels en alhoewel de ring niet totaal past (wandelen
zwelt de vingers op) en we de plastice kurk de bergschoonheid in verdwijnt,
voelen we ons helemaal in vervoering. We toosten, kijken elkaar ongelovig en
trots en blij in de ogen en genieten. Toch moeten we nog naar beneden en wat te
doen met de fles bubbels? Gelukkig helpen de jongeren op de berg ons en zijn
trots getuigen van dit bijzondere moment te mogen zijn. Als engeltjes vliegen
we de berg weer af. We hebben enorm geluk, want het pad omlaag is heel
geleidelijk en makkelijk. Net voor het donker wordt bereiken we de auto. Met
wat geluk vinden we nog een almhut waar we kunnen dineren en na hertengoulash
en kaas-spƤtzle rijden we door de late avond op ons huisje aan. Thuis
aangekomen is het wachten tot de leeg-geraakte mobieltjes weer aanspringen en
beginnen we het goede nieuws rond te bellen. De reacties zijn heerlijk en net
zo enthousiast en idioot als wij ons voelen. Ook zondag ochtend gaat dat
verhaal nog door: de hele ochtend enthousiaste mensen aan de lijn die enorm
worden aangestoken door ons geluk. Een heerlijk gevoel!
