Terwijl in Nederland de koningsdag lost barste, Groes Rock door bepaalde individuen wordt genoten en binnenkort bevrijdingsdag in Wageningen wordt weggedronken, zijn wij weer eens op vakantie gegaan. Doel is de bananenrepubliek Panama.
De eerste dag reizen we met vele bussen af naar Bocas de Toro. Dit dient een tropisch paradijs te zijn. We vertrekken heel vroeg in de ochtend, wanneer de zon net op komt en arriveren rond een uurtje of vijf met de boot op het eiland.
Na veel bussen en een bijzondere grensovergang.De grensovergang bestond immers uit een oude vermolmde spoorbrug waar je overheen moest lopen en eigenlijk overal tussen de bielzen door kan kijken. De vier verschillende kantoortjes om het een of andere te registreren waren in een wirwar van zoekplaatjes verstopt op de wegen rondom de overgang. Al met al werden alle kantoren gevonden. Er waren nog meer toeristen, waarvan er eentje voor schatterend lachen zorgde, toen de officials de foto bekeken van zijn paspoort, waarop hij blijkbaar zonder haar op stond (nu had hij een enorme bos witte haren). Zijn verontschuldigende gemompel in gebroken spaans/engels maakte het niet beter. Samen met een groep hebben we dan het laatste stuk naar de veerboot volbracht met een taxi. Hier kwamen we Julia en Sebastian tegen. Super leuk koppel, welke een klein beetje een spiegel van Lena en mij bleek te zijn.
Bocas hebben we dan ook met zijn vieren ontdekt. De eerste dagen was het voornamelijk relaxen en koffie en alles. Het dorpje is erg toeristisch en geeft een variatie aan restaurants, winkels en barretjes. In de late middag vertrekken we toch nog naar het zeesterren-strand. We lopen op een onderhand stil aan het worden strand, zien zeesterren, Lena en ik drinken een Pinacolado en we zien een dolfijn langs zwemmen. In de vallende duisternis brengt de bus ons weer terug naar toeristendorp Bocas, waar we voor het eerst sinds tijden weer genoeg alcohol nuttigen om de volgende dag toch een beetje zwaar in het hoofd te voelen.
De dag erop laten we Julia en Sebastian hun eigen ding doen en gaan we naar het verlaten strand van Red Frog op een naast gelegen eiland. Dit is vet mooi en super relaxed. Natuurlijk verbranden we weer. Op onze wandeling naar het stadje zien we de befaamde red frog en slipperen over de modder. We komen uiteindelijk langs nog een ander verlaten bountystrand en arriveren uiteindelijk via achterweggetjes in het rasta-stadje. Hier is alles heel anders. Geen auto, geen normale wegen, geen toeristen en veel caribische invloed. Bijzonder dorp en eigenlijk leuker dan Bocas. Wel met veel minder mogelijkheden voor de toerist natuurlijk. Er volgt weer een gezellige avond nu Julia en sebastian in hetzelfde hostel zitten.
De volgende dag gaan we gezamelijk een boot-tour doen. Deze gaat eerst langs de luiaarden en dolfijnen van Bocas, dan naar een onbewoond eiland om enkele uren te relaxen en uiteindelijk een korte stop om te snorkelen langs het koraal. Vooral de laatste twee bezigheden waren super de super! Snorkelen blijft een van mijn meest favo dingen.
Helaas komt de dag van afscheid en het is niet eenvoudig Bocas achter te laten. De eerste dag gaan we naar David, waar we in een relaxe hostel terecht komen. De dag erop reizen we door naar El Valle. Dit ligt in de bergen. We doen inkopen op de befaamde artisian markt (niet heel bijzonder in vergelijking met Masaya, maar wel heel leuke dingen) en spenderen een avond in een van de beste restaurants sinds tijden: een italiaan in een afgelegen zijstraatje. We hebben de laatste tafel die niet is gereserveerd. Vooral het voorgerecht en het toetje zijn heerlijk, de pizaa is ook goed.
De dag erna is het dan tijd voor de warme bronnen. Eerst lekker insmeren met modder en dan badderen. We hebben geluk, want net als wij "aan de beurt" zijn, vertrekt de bus met amerikaanse toeristen. Het is een bijzondere plek en we voelen ons heerlijk schoon, alhoewel onze badkleding behoorlijk verkleurt is sindsdien...
Een tocht naar de vierkante bomen mislukt in de late middag, omdat "ze" gesloten zijn. De volgende ochtend staat dat dus op nummer één om te doen. Er staan er een paar, maar vooral de grotere bomen (die overigens niet meer vierkant zijn) zijn mooi. De middag lopen we naar een waterval, waar ook een zwembad is. Het lijkt hier een beetje op Ojo de agua in Ometepe, maar dan met koud water en geen mensen. Het is maar wat je wil.
Panama stad staat in het teken van een hotel in een dodgy buurt, maar met een fantastisch uitzicht op de stad en een zwembad erbij. Het hotel is zo goed als leeg en dus hebben we alles voor ons zelf: het zwembad, het uitzicht, de service, een schone kamer etc. We lopen wat rond in de oude stad en zien het verschil tussen oud en nieuw enorm afsteken. Aan de ene kant is er dus de oude stad, welke half is ingestort, behalve het huis van de preseident, en aan de andere kant zijn er de wolkenkrabbers van de nieuwe stad. Ook arm en rijk steekt hier lelijk tegen elkaar af.
We maken een dag een trip met de trein langs het kanaal, waarbij we uitkomen in Colon, een criminele stad, waarbij onze bus naar de Gatun sluizen 400 m buiten het station tegen een taxi knalt en wij aangestaart worden als we zonder bescherming terug naar het busstation hobbelen. Geen lekker gevoel en dus maar meteen in de airco bus terug naar Panama stad. Interesant feitje is dat ze in de bus de hororfilm "Nobody stays alive". De rest van de dag spenderen we in het winkelcentrum.
1 mei is een feestdag. We bezoeken de ruines van het echt oude Panama, welke door Piraat Morgan is geplunderd en afgebrand. Die zijn erg mooi. In de avond werken we ons door feestende partij genoten van de presidentskandidaat (zondag zijn verkiezingen) om weer te meeten met Julia en Sebastian. Erg leuk om elkaar zo weer tegen te komen.
Met zijn vieren bezoeken we de volgende dag de sluizen van Miraflores. We zijn net op tijd om de laatste boot te zien doorkomen. Verder zijn de sluizen niet heel veel meer bijzonder dan onze eigen haven van Rotterdam. Ook deze middag spenderen we weer in het winkelcentrum... En dan is het opeens tijd om de bus terug naar Sarapiqui te pakken. Zo'n 14 uur bussen naar San Jose en dan nog eens drie vanuit San Jose...






