Helaas heeft het deze keer lang geduurd dat ik hier weer een post neer kon zetten en dit wordt hoogstwaarschijnlijk ook mijn laatste post voordat ik weer terug naar NL kom. De komende drie weken zal er nameijk de *****CENSUUR***** gewerkt worden, om de stage een mooi einde te geven! Er staan nog wel wat dingetjes op het programma, zoals een mooi festival in Northbridge en wie weet wat nog meer (uiteraard ook de terugreis met een bezoek aan Hong Kong).
Afgelopen week had ik dan eindelijk weer eens een vakantie! Behoorlijk lang geleden was dat... We hebben een auto gehuurd voor de week en zijn richting het zuiden gegaan. Nog voor het weekend kreeg Babet de eerste baanmogelijkheden, waarvan er eentje tijdens de dagen erna werd verzilverd. Een baan krijgen in geo in WA is redelijk simpel, zo blijkt.
Even een waarschuwing op dit punt van de post is wel nodig: dit kan een lange post worden, dus je kan nu nog terug!
Het weekend zijn we samen met Ilse de Wheatbelt in gegaan. Dit landchap blijft altijd zeer boeien (ook omdat mijn onderzoekgebiedje hier ligt).
Ilse wilde haar Hanson-mekka York wederom vereren met een bezoek. Had ik bij mijn vorige bezoek een t-shirt van hen aan (ook van Ilse!); nu moest ik met de nieuwgekochte en enorme poster van de tieners lopen! De inwoners moeten wel denken dat ik een enorme fan ben! De geplande overnachting in het prachtige stadje werd ons onmogelijk gemaakt door een lokale bruiloft, die ervoor zorgde dat alle hotels vol zaten. Na een York pizza te hebben genuttigd zouden we dus een B&B in een volgend plaatsje nemen. Babet zou voor het eerst gaan rijden in Oz, omdat ze graag 's avonds rijdt. De tocht werd een waar avontuur! Langzaam hadden zich namelijk donkere wolken gevormd en York veranderde in een ware spookstad tijdens de stilte voor de storm: blikjes die zacht over de straat rollen en reclameborden die tot leven komen en de straat beginnen over te steken. Met de koplampen op groot licht reden we alsnog de donkerte in. Tumble weeds, weerlichten, rondwaaiende takken en enorme stofstormen gaven ons een smaakmaker van de stormen na een droge zomer in de wheatbelt. Met het zicht van minder dan vijf meter en een tumble weed op de motorkap trotseerden we het hevigste van de strijd; Babet wist ons veilig bij de bestemming te krijgen. Hulde!
Na een nacht van storm was het de volgende ochtend weer zonnig. We bezochten een indrukwekkende graniet-monoliet in de nabijheid van Wave Rock (de omgeving daar is super, Alwin!). Zeer mooi! Indrukwekkend!
Deze week trouwens zoveel moois gezien, dat ik het echt jammer vind dat ik mijn ouders maar zo'n klein beetje heb laten zien!
Op de terugweg naar Perth deden we de Noble Falls aan, waar Ilse en ik ook al bij onze eerste roadtrip geweest waren. Om de een of andere reden begon het water in deze stroomversnelling pardoes te stromen toen we naderden! Misschien is er een mechanisme om het geheel te laten stromen wanneer er toeristen aan komen?
Het weekend was dus al een groot succes met de mooie landschappen van de Wheatbelt en de Darling Ranges. Maandag vertrok ik dan eindelijk samen met mijn allerliefste vriendin naar het Zuiden; om vier uur in de middag (Babet kreeg haar baan aangeboden die ochtend!). We hebben de trombolieten van Lake Clifton bekeken en in het aanliggende bos zagen we de gemene spinnen, waar Oz zo bekend om staat. Een felgeel-rode spin met hoorns op zijn rug had een lijntje over het pad gespannen en ik liep hier uiteraard tegen op. Enkele meters verder keek ik omhoog om de maan te bekijken en zag ik in plaats van de bleke mooie maan een enorm spinneweb, inclusief proportioneel gemeten bewoner, hoog in de bomen hangen! Ik had genoeg van het bos gezien...
De zonsondergang mochten we een uurtje later aan de kust beleven. Mooie koraalrosten op het strand gaven nog een extra geologisch pleziertje.
De volgende dag reisden we door naar Margaret river, waar de kust wederom bijzonder mooi was met allerlei geologische units! Bij een winery haalde we een heerlijk wijntje, welke we op Cape Leeuwin konden drinken.
Op de weg naar dit zuidelijke puntje kwamen we Anthony tegen. Hij was een tijdelijke huisgenoot van Tate Street, die Oz door rijdt (zie www.ozbybike.com). Gezamelijk hebben we op de Cape kamp gemaakt en genoten van een superheldere sterrennacht en de mooie kust.
Op dit moment begonnen we de dagen een beetje door elkaar te halen. Na een uitgebreid ontbijt in een nabij plaatsje (samen met Anthony en nog een andere Oz-biker, die we daar bij toeval ook tegenkwamen) ging onze reis verder naar het National Park waar we eigenlijk de volle week zouden gaan zitten (om te relaxen en niets te doen).
Ook bij het park kwamen we weer laat op locatie, ditmaal vanwege het plaatsje Pemberton (had ik al verteld over de zoektocht naar een hamer in Margeret River de vorige dag? Ach, laat ook maar...). Bij Pemberton zijn heel veel hoge bomen in de setting van een sprookjesbos. In een van de bomen kon je klimmen. Tot mijn eigen spijt durfde ik deze niet te beklimmen; het was gewoonweg teveel! Verslagen door een boom! Mijn vriendin ging uiteraard wel! Stoere meid, dan krijg je dat.
Laat in de avond kwamen we dan aan in het park. Midden in de duinen, op een plek waar de wind maximaal was, zetten we onze tent op. Na een slapeloze nacht, was het de dag erna regenachtig en donker.
De hele ochtend regende, waaide en stormde het. De middag besloten we een wandeling te maken. Het aquarelleren viel letterlijk in het water, maar we zagen wel een familie kangoeroe's. 's Avonds zette we onze tent op een minder winderige plek op en konden we wel slapen met zacht getik op het tentdoek.
Vrijdag moesten we weer terug rijden, maar niet voordat we Walpole en Albany hadden gezien. De tree top walk en Albany's kust (The Blowholes, The Gap, The Natural Bridge en enorme golfen!) waren werkelijk topplekjes! Nu zijn we ook even in Antartica geweest (voor niet-geo's: zoek naar Gondwanaland op de google). Je moet er zelf maar eens gaan kijken, want ik zet hier maar een kleine hoeveelheid foto's neer! Bovendien moet je het echt even zien, hoor.
Om vijf uur vertrokken we uit Albany terug naar Perth. Tijdens deze lange rit over de 400 k Albany highway, welke welgeteld vijf steden (lees: roadhouses met enkele huisjes er omheen) aandoet, kwamen we eerst een desert-man tegen ter hoogte van Mount Barker. Hij was waarschijnlijk naar een indigeous begravenis aldaar geweest en was nu dronken aan de wandel gegaan en langs de weg neer gestort. Het is een raar gezicht om iemand aan de kant van zulk een eenzame weg te zien liggen! Gelukkig waren er meer mensen bij en we spraken af dat we de man terug naar het dorpje zouden brengen. Net toen de man (een symphatieke aboriginal, die me maar bleef bedanken voor de hulp) in onze auto zat kwam de politie er aan. Toch wel opgelucht lieten we de lift van deze man over aan de lokale politie. Enkele uren later, eenmaal voorbij Arthur River en toen het al pitch dark geworden was, zagen we een truck aan de kant van de weg staan en iemand seinde voor hulp. Wederom stoppen dus. Het bleek een truckster te zijn, wiens truck ter plekke overleden was. De resterende 200 kilometer hadden we dus gezellig gezelschap. Om elf uur waren we eindelijk thuis.
Nu we weer thuis in Perth zijn moet er worden gevlamd voor de studie en zal hier dientengevolge een lange radiostilte komen. Ik hoop dat ik met het bovenstaande genoeg verteld heb over de afgelopen tijd en jullie weer helemaal op hoogte zijn! Dank voor de aandacht en wellicht tot in NL of tot de volgende post ergens eind april, danwel begin mei!



