Het Paas-weekend is een goed aanknopingspunt om er weer eens uit te gaan; Perth te ontvluchten.
Mocht het leven in Perth dan nog zo aangenaam zijn met sporten (zwemmen, een 10 km run, wandelen, fietsen, etc), werk (writing-course, nieuwe projecten) en wat relaxen; soms is het echt hard nodig om eruit te gaan. Vandaar het goede idee van ons nieuwe huisgenootje Rinskje om even op en neer te rijden naar Esperance, zo’n 700 km NE. Uiteraard moest dat dan wel gebeuren met de bejaarde Volkswagen bus, die niet veel sneller dan 90 km/h wil. Alwin moest helaas werken voor dit weekend, waardoor de arme jongen veel moois moest missen. Gelukkig is-tie er nu wel voor komende zaterdag op West Coast Blues ‘n Roots!
Enfin, het is erg veel om in een blogspot te vertellen, maar ik zal een poging doen de trip naar Esperance bondig te vertellen. We vertrokken op Goede Vrijdag, want dat is een vrije dag in WA. Rond kwart over zes / half zeven startte de motor al, zodat we op tijd bij onze eerste stop zouden aankomen: de Stirling Ranges. Volgens de geruchten zou het erg druk worden op de weg vanwege de Paas-vakantie. Dit was weer eens een typisch staaltje WA-terminologie: natuurlijk waren het aantal auto’s op de weg in geen vergelijking met een rustige zondag-ochtend op de Rotterdamse Ring! In alle rust kwamen we allereerst aan bij een Dutch Mill, welke door een locale Nederlander was gebouwd. Je moet toch wat…
Rond de middag kwamen we aan bij Bluff Knol, een knol van een berg! De hoogste van de Stirling Ranges met meer dan 1000 m boven NAP. Een pittige klim vulde het middag programma en een bijzonder bergachtige omgeving, welke on-Western Australisch aandoet. Met de nodige literaire stof van Piet Paaltjes onderweg behaalde we de top en genoten vol voldoening van de mooie wereld.
Ik ga snel verder na dag nummer twee, welke ons dichter bij Esperance moest gaan brengen. Na een zware rally over de pitoreske gravel road dwars door de Stirling Mountains, met kangaroo’s, eagles en adembenemende uitzichten, haalden we opgelucht adem toen we weer terug op de Albany Hwy reden. De kust van Albany vulde het middag programma. Alhoewel ik nu al twee keer de Gap heb gezien, blijft ze impressive met het enorme geweld van de elementen tegen het harde granietsteen. Een groep van tenminste tien tot dertig dolfijnen, welke vrolijk uit het water opsprongen maakte het beeld van de ruige ocean echt geweldig!
Helaas moesten we weer door en dus keerden we terug in Albany, waar we drie kwartier op een kopje koffie moesten wachten en nog wat laatste inkopen deden. De rest van de dag was een voortzetting van het rijden met de Volkswagen bus. We overnachtten op een lukrake parkeerplek aan de snelweg.
Het was een schitterende ochtend; de paas-zondag ochtend. Met het krieken van de dag gingen de ogen vanzelf open en vooral de totale stilte is erg indrukwekkend. Een laatste stuk naar Esperance wachtte ons die ochtend op. Esperance op de paas-morgen was surreal, bereisd, vreemd. We warden overvallen door een paasmarkt in het centrum met de meest vreemde figuren. Enfin, de koffie duurde hier drie kwartier en maakte ons nog niet echt “aware” van het alles.
Snel reden we door naar Cape Le Grand, waar de Frenchman Peak ons hoogtevrees gevoel behoorlijk op de proef stelde. Uiteraard lieten we ons niet kennen, maar deze klim is niet voor de zachten van hart! Dat is in ieder geval mijn mening (hebbende hoogtevrees…).
Na al het gezweet waren we blij om afkoeling te vinden op de stranden van Cape Le Grand: een tilogie op de stranden van Lucky Bay, Thistle Cove en Hellfire Bay deed ons uiteindelijk zelfs bibberen. De fawezigheid van de zon was dit weekend namelijk een andere bijzondere ervaring! Gelukkig deed het zand op de stranden ons flink bewegen: het bestaat namelijk uit felwit silt (extreme fijn zand), dat piept, squeeked en krast. Een muziekale tapdans doet het dus goed om weer warm te worden :P.
Laat in de namiddag keerden we terug en probeerden zo ver mogelijk op de terugweg te geraken. De keuze viel op een camping ergens aan de kust, welke na 8 km over een hobbelige gravle road met de vallende duisternis werd bereikt. Het bleek een local-camping te zijn, die propvol stond met allerlei typisch WA-figuren, welke dansend rond het vuur hobbelde, nacht vissen als favo hobbie hadden en op belachelijke vroege tijden al voor hun tent / jeep naast het vuur zaten. Een bijzondere ervaring wederom!
De terugreis werd slechts onderbroken door een bezoek aan Wave Rock (wat uiteraard weinig enthousiasme in ons deed opwekken) en de meer interessante Mulga Cave met diens aboriginal art en gnamma holes. Deze plek was zeker de extra 20 km dubbel en dwars waard! Het is grappig te realiseren dat vele toeristen de dagreis naar Wave Rock doen en dan ook echt alleen naar Wave Rock gaan; arme mensen… Maar goed, WA blijft verrassen…
Ik zou hier nu moeten stoppen en een nieuwe post starten, sinds Blues 'n' Roots weer een heel andere categorie verhalen is, maar om alles onoverzichtelijk te houden moet hier toch een paar lukrake opmerkingen worden neergekrabbeld over dit feest van muziek. Seasick Steve is de grootste verrassing. Samen met Charlie Parr trouwens. Beiden zijn oud-zwervers met duidelijk veel mentale probleme, maar muziek maken kunnen ze als de beste! John Butler Trio was wel aardig, maar geen impressive show, zoals een beetje te verwachten is van deze artiest. Ook Jason Mraz was wel gein, hoewel de gillende meisjes de muziek af en toe begonnen te overstemmen. Al met al was het weer een geniale dag! Ook niet te vergeten hier zijn de briljante collega's en diens vrienden van Alwin. Cheers! En de taxistand van Freo...
De dag erna was het dan weer eens tijd voor een echte Mackie Barbie met lekker voedsel en teveel eten. Mooie nineties muziek-quizen, mensen met bijzonder gaaf nieuws en allerlei andere rarigheden. De volgende dag was er nog genoeg vlees over om ook op werk een Barbie aan te steken. Mooie shit! WA en barbie's blijven onlosmakelijk verbonden.







































