
Na al het wandelen in de heuvels van Perth en de spetterende Queen’s Day (ik vraag me af hoe zed at nu eigenlijk vieren…) was het volgende weekend Babet weer terug in town en dat is natuurlijk rede te meer om iets te ondernemen. De zondagmiddag werd daarom gevuld met een mooie fietstocht, wederom door de Perth Hills. Met behulp van een foldertje volgden we de overblijfselen van een oude spoorlijn; het zou een mountainbike trail moeten zijn, maar sinds alles hier Family-proof moet zijn is dit niet het mountainbike trail zoals in de Ardennen. Dit betekende wel vele mooie locaties, veel bloemen en uiteraard allerlei railway-overblijfselen: spoorwegstations, spoorwegovergangen, spoorwegrailsen, etc., etc.
Het laatste stuk van deze trail loopt door het John Forrest National Park. In deze heuvelachtige omgeving is er veel werk verzet met het bouwen van bruggen en zelfs een tunnel! Krakend en steunend hielden deze oude bruggen onze fietsen en konden we de wilde rivieren veilig oversteken. De tunnel bleek een waar spookhuis te zijn, sinds er geen verlichting aanwezig was. Wanneer je dan midden in het donker op je fietsje zit is het toch wel een eind naar de andere kant!
Na al deze spannende avonturen kwamen we uiteindelijk weer heelhuids terug bij de auto. Voldaan en tevreden zijn we met de auto een stuk verder gereden om in een van de leuke restaurantjes langs de route te dineren. Ons uitgekozen restaurantje bleek echter problemen te hebben met de verwarming: de man van het hout was te laat en daardoor was de kachel uitgegaan en werd het langzaam kouder en kouder. Dit kon onze pret niet derven en in de sfeervolle ambiance van chagerijnige restaurant-houdster en een uitdovend vuurtje in de kachel naast ons vonden we toevlucht in een heerlijke Porterhouse Steak. Later kwam de man van het hout en konden we weer langzaam opwarmen. Al met al een geslaagd uitje dus!
Het volgende weekend zat ik helaas weer moederziel alleen in Perth en moest ik er weer alleen op uit. Bijna had ik een ex-collega mee gekregen, maar deze haakte op het laatste moment af. Met het openbaar vervoer ben ik tot Mundaring getreind en gebust. Dit plaatsje is midden in de heuvels gesitueerd en is (voor mij) het startpunt van de Mundaring Weir Loop. Al gauw dringde het tot me door dat deze trail wegens vandalisme (?) al een tijdje is opgeheven. Omdat mijn foto’s van de Mundaring Dam waren mislukt tijdens de Bibbulman-wandeltocht, moest ik terug naar deze locatie voor goede foto’s. De heenweg was simpel, sinds er veel trails vanaf Mundaring naar de dam lopen. De foto’s zijn dus gelukt!

Het tweede deel bleek echter het “adventurous” deel te zijn. Het werd mij om allerlei redenen afgeraden niet op deze wijze terug naar Mundaring te gaan. Enfin, uiteraard warden alle adviezen in de wind geslagen en had ik een sublieme tocht door stille bossen en langs ruizende beken. Om zes uur was ik voldaan terug in Vic Park. De bossen hier zijn weldadig met haar bloemen, rust en vele beekjes. Een waar wandelparadijs.


















Het is ook verstandig om in de gaten te houden waar het water heen gaat, gelieve niet op de doorgaande weg. Met een pomp snelheid van minstens 10 L per seconde kan dit een serieus problem veroorzaken. Ook het zoutgehalte moet worden gecontroleerd: het water kan behoorlijk zout zijn (zouter dan zeewater!) en dit veroorzaakt vervuiling. Verder zijn er nog de logistieke problemen, zoals verkeerde generatoren, weigerende generatoren, vervelende generatoren etc. Deze logistieke problemen resulteerde uiteindelijk in zes a zeven dagen productief werken (pump testing) van de twaalf dagen stint… en een bezoek aan weer zo’n enerverende woestijnstad: Newman. Dit is zo’n beetje waar het leven als hydrogeoloog om draait.













