Dag 1 begint vanuit station Tweedbank, over het officiele startpunt Melrose en dan langs Bosswell naar een camping in nowhere land. Een zware dobber van weinig slaap, kou en het bericht van Lena echt te scheiden willen deed het gemoed heel veel pijn. Desalniettemin schijnt de zon en lopen we over de bevroren grond langs heidestruiken overwoekert met rijp. Bosswell schijnt weinig indruk op met te maken en net voor het donker kom ik aan op de camping, waar ik een uur van het bad gebruik maak en daarna wordt uitgenodigd door zeer vriendelijke caravanburen Tony en Janey. Ze redden mijn gemoed enigszins.
Koude start
Impressie van zon en rijp
Dag 2 begint met warme kop thee van de buren en een saai stuk langs de drukke weg. Dan gaat het omhoog tussen de koeien (eentje lijkt me een moment te willen aanvallen, maar ik ben snel weg) naar Wideopen Hill, het hoogste punt en het middenpunt van de tocht. De wind staat op maximum, de wolken schieten met topsnelheid over de toppen en er was niemand die zich hier durfde te wagen. Ik schreeuw de frustraties uit me, maar het maakt niet zoveel onderscheid. Het is als het monster van Frankenstein in de winterse Alpen! Kapot gelopen kom ik aan in Yetholm, waar ik de nacht ervoor snel een hotel heb geboekt: Borders Hotel met wederom een heerlijk bad en lekkere Chicken Balmoral. Een gezellige sfeer hangt er voor een leuk prijsje. Ik slaap heerlijk.
's Ochtends voor de tent...
Je kan het niet zien, maar het WAAIT
Into the mists...
Dag 3 is een dag door niemandsland van het nationale park. Al zag ik gisteren al niemand, vandaag is het nog een tikkeltje eenzamer. De regen drupt daarbij ook nog eens uit de hemel. Het is een godverlaten heuvelland op het grensland van Schotland met Engeland. De waterval halverwege is erg fijne afwisseling. De korhoenders vliegen me om de oren in het heidegebied der leegte. Op Weavering Bell liggen de contouren van een fort uit lang vervlogen tijden. Pas in Wooler zie ik weer levende mensen. Ik haal wat eten bij de tegenoverliggende supermarkt en slaap diep
in de B&B.
Morning Glory
Grens met Engeland
Het begint te regenen....
Riviertje
Impressie
Te voet door niemandsland
Dag 4 is dan eindelijk de laatste dag naar Lindisfarne. Het is weer grijs en drupperig. Het pad is ook weer nat, net als gisteren. De schoenen zijn uiteindelijk niet droog geworden bij het B&B, ondanks de goede bedoelingen van de host. Het duurt een lange tijd voor ik de schaduwen van het heilige eiland ontwaar. De beloofde uitzichten liegen een beetje, daar er weinig uitzicht is. Mijn hart doet pijn en met zwaar gemoed loop ik over de kleiige zanden van de intertidal flat. Eerste ga ik aan land op het kleine eilandje van Cuthbert net voor de kust. Daarna Lindisfarne eiland op. Mijn voeten zijn door en door nat van het zeewater. Ik check in, ga naar het avondgebed en eet fish and chips.
Eerste blik op het eiland, terwijl ik door de modder ploeter
Over de tidal flat moet je een rij palen in de modder volgen
Op Cuthbert eilandje met uitzicht op de vervallen abdij
Dag 5 besluiten door te lopen naar BErwick. De natte schoenen schuren mijn voeten op twee plekken open, maar ik zet door. Een aardige bewoner geeft me een lift het laatste stukje over de causeway, voordat ik teveel angst heb dat de vloed die overstroomt en ik vast zit op het eiland... De tocht gaat uiteindelijk over lege wilde stranden, met wat zon en een onstuimige zee. Na de stranden komen een soort van kliffen langs de kust en weldra is dan het eindpunt Berwick in zicht. Het is fijn weer in de trein te zitten en veilig aan te komen bij Jaixi en Sjoerd.
Lege stranden
Bovenop de kliffen








Geen opmerkingen:
Een reactie posten